Het papiervisje heeft geen vleugels en is ca. 10-12,5 mm lang. Het papiervisje is grijsachtig van kleur met gespikkelde donkere vlekjes. Het papiervisje heeft twee lange antennes en drie staartdraden aan het achterlijf. Het papiervisje wordt ook nog wel in één naam genoemd met het Ovenvisje (Thermobia domestica Packard) omdat deze vrijwel dezelfde kenmerken heeft en eenzelfde leefwijze erop nahoud. In de praktijk blijkt het echter veelal om het papiervisje te gaan.
Het papiervisje is lichtschuw en leeft verscholen in naden en kieren maar komt ook voor in opgeslagen dozen, in kasten en bijvoorbeeld tussen het isolatiemateriaal van uw dakbeschot. Het papiervisje leeft op een warme vrij droge plaats met een voorkeurstemperatuur van 30 °C. Als de temperatuur onder de 22 °C komt staat de ontwikkeling van het papiervisje vrijwel stil. Vooral de plaatsen waar papier e.d word bewaard zijn zeer in trek bij het papiervisje.
Het papiervisje komt veelvuldig voor in centraal verwarmde gebouwen en woningen. Het papiervisje kan voor behoorlijke overlast zorgen en brengen schade toe aan behang, postzegelverzamelingen, schilderijen en boeken. Het papiervisje voedt zich vooral met zetmeel en suikers die ook weer in meerdere papier en lijmsoorten voorkomen. Deze insecten verplaatsen zich op allerlei manieren in aangesloten bebouwing dus ook van buur tot buur! Onder optimale omstandigheden zal een papiervisje ca. 2 ½ jaar oud worden.
Door een goede hygiëne en het aanpassen van de temperatuur zal het papiervisje zich minder snel tot grote aantallen vermeerderen. Een nauwkeurig uitgevoerde bestrijdingsactie kan de levenscyclus doorbreken en de overlast wegnemen.
Het zilvervisje is zilverachtig van kleur en is bedekt met fijne schubben. Het zilvervisje is ca. 7 - 11 ½ mm groot en is voorzien van twee lange antennes en heeft drie staartdraden aan het achterlijf.
Het zilvervisje word ook nog wel eens vergeleken met het ovenvisje (Thermobia domestica Packard) en het papiervisje (Ctenolepisma longicaudatum) wat eigenlijk onterecht is gezien het verschil in leefwijze. Het is echter niet uitgesloten dat meerdere soorten zich ophouden in een zelfde omgeving.
Het zilvervisje is lichtschuw en houd zich vooral op in naden en kieren maar ook achter wand en vloertegels die niet goed zijn afgevoegd of afgekit. Het zilvervisje heeft sterk de voorkeur voor (vochtige-)ruimtes met een gemiddelde temperatuur van rond de 25 °C en een luchtvochtigheid van ca. 75%.
Het zilvervisje komt veelvuldig voor in centraal verwarmde gebouwen en woningen. Het zilvervisje kan in grote getale voor behoorlijke overlast zorgen en brengen schade toe aan behang, postzegelverzamelingen en boeken, vooral als hier bepaalde lijmsoorten in verwerkt zijn. Ook kleding waar synthetisch materiaal in verwerkt is zal eventueel aangetast worden. Het zilvervisje voedt zich ook met schimmels, kleine dode insecten en mijten en kunnen enige maanden zonder voedsel. Het zilvervisje verplaatst zich op allerlei manieren in aangesloten bebouwing dus ook van buur tot buur! Onder optimale omstandigheden zal een zilvervisje ca. 2 - 3 jaar oud kunnen worden.
Door de luchtvochtigheid te verlagen naar 50% of lager zullen de leefomstandigheden van het zilvervisje een stuk onaantrekkelijker worden, dit geld ook door het verlagen van de temperatuur. Dit is ook te realiseren door de ruimte droog te stoken of grondig te ventileren bij droge weeromstandigheden. Ook goede ventilatie omstandigheden in kelders en kruipruimtes zullen hiertoe bijdragen. Een behandeling met insecticide (residuele nawerking) kan ook het probleem verminderen, doch als de luchtvochtigheidsgraad niet gewijzigd kan worden bestaat de kans dat de overlast weer terugkeerd als het preparaat/insecticide is uitgewerkt (zes weken).